Naar de inhoud
k4z.nl

Gids 04 · 8 minuten

Hoe maak ik mijn website sneller?

Het korte antwoord

Snelheid is bijna nooit een kwestie van een duurder hostingpakket. Het is het gewicht dat je meestuurt: foto's rechtstreeks uit de camera, lettertypen die van een ander domein moeten komen, en scripts van derden die er ooit zijn ingezet en nooit meer uit. Haal die drie aan en je zit vrijwel altijd onder de seconde.

Bijna elke trage website die ik openmaak is om dezelfde drie redenen traag, en geen van die redenen is de server. Het is wat er wordt meegestuurd voordat er één letter op het scherm staat.

Dat is goed nieuws, want het betekent dat je het grootste deel van de winst kunt halen zonder iets opnieuw te bouwen. Je moet alleen weten waar je moet kijken.

De drie cijfers waar Google op let

Google noemt ze de Core Web Vitals. Ze worden niet in een testomgeving gemeten maar bij echte bezoekers, in Chrome, over de laatste 28 dagen. Je haalt de norm als 75% van de bezoeken eronder blijft.

LCP — het grootste ding op het scherm
onder 2,5 seconde
Hoe lang het duurt tot het belangrijkste beeld of de belangrijkste kop er staat. In de praktijk bijna altijd een foto die te zwaar is.
INP — reageert de pagina op je tik
onder 200 milliseconden
De tijd tussen jouw tik en het moment dat er iets gebeurt. Loopt op als er te veel scripts tegelijk aan het werk zijn.
CLS — springt de pagina onder je vinger weg
onder 0,1
Hoeveel de inhoud verschuift tijdens het laden. Ontstaat door foto's zonder afmeting, en door banners die er achteraf tussen komen.

Waar het gewicht zit, op volgorde van opbrengst

Begin bovenaan. De eerste twee punten leveren op de meeste sites samen meer op dan al het andere bij elkaar.

01

Foto's rechtstreeks uit de camera

Een telefoonfoto is tegenwoordig drie tot zes megabyte. Op je site heb je er een paar honderd kilobyte van nodig. Vijf van die foto's op je homepage is twintig megabyte die je bezoeker over 4G moet binnenhalen — dat zijn seconden, geen milliseconden.

02

Lettertypen die ergens anders vandaan komen

Een lettertype dat via een link bij Google wordt opgehaald, kost een extra verbinding naar een andere server vóórdat er tekst verschijnt. Zet het bestand op je eigen domein en dat wachten is weg. Het scheelt bovendien een privacyvraagstuk.

03

Scripts van derden

Statistiek, een chatvenster, een cookiebanner, een reviewwidget, een kaartje, een deelknop. Elk stuk vraagt zijn eigen bestanden op bij zijn eigen server, en jij hebt geen invloed op hoe snel die reageert. Dit is meestal het grootste onzichtbare gewicht op een site.

04

Een paginabouwer die alles meestuurt

Veel bouwers laden de opmaak van álle mogelijke onderdelen mee, ook die je niet gebruikt. Je betaalt dan elke pagina lang voor functies die er niet op staan.

05

Video die vanzelf begint

Een achtergrondvideo is al snel tien megabyte en begint te laden voordat de tekst er is. Een stilstaand beeld met een afspeelknop doet visueel bijna hetzelfde en kost een fractie.

Waarom het uitmaakt, en hoeveel

De vaakst geciteerde cijfers komen uit onderzoek van Google en van webwinkels: rond de 7% minder conversie per extra seconde, en op mobiel meer. Neem die getallen met een korrel zout — ze komen uit webwinkels met duizenden bezoekers per dag, en jouw situatie is anders.

Wat wél altijd opgaat: de sprong zit in de eerste seconden. Tussen één en drie seconden loopt het aantal mensen dat wegklikt hard op, en daarna vlakt het af omdat de ongeduldigen dan al weg zijn. Het verschil tussen 0,8 en 1,2 seconde merk je nauwelijks. Het verschil tussen 1,5 en 4 seconden is het verschil tussen bezoekers en geen bezoekers.

En er is een tweede reden die niets met cijfers te maken heeft. Een site die meteen staat, voelt als een bedrijf dat zijn zaken op orde heeft. Een site met een laadbalkje voelt als een bedrijf dat je nog een keer moet bellen. Dat oordeel valt binnen twee seconden en is bijna niet meer terug te draaien.

Zelf meten, in tien minuten

  1. 01

    Draai PageSpeed Insights op je eigen adres

    Google's eigen gereedschap, gratis, geen account nodig. Kijk eerst naar het blok bovenaan met veldgegevens: dat zijn echte bezoekers. Het cijfer eronder is een test op een nagebootste telefoon en zegt minder.

  2. 02

    Kijk welk element het LCP is

    De uitslag noemt het bij naam. Negen van de tien keer is het één foto. Die ene foto lichter maken is dan de hele oplossing.

  3. 03

    Tel de verzoeken naar andere domeinen

    Open de ontwikkelaarsweergave van je browser, tabblad Netwerk, en herlaad. Alles wat niet van je eigen domein komt, is iets waar je niets over te zeggen hebt. Vraag jezelf bij elk stuk af of het er nog moet zijn.

  4. 04

    Test op je telefoon, buiten de wifi

    Wifi uit, 4G aan, en dan je eigen site openen alsof je een klant bent. Dit is de test die telt, en het is de enige die niemand doet.

Let op

Wanneer opknappen zonde van je geld is

Op een site die in een zware paginabouwer is gemaakt, loop je snel tegen een plafond aan. Je kunt foto's verkleinen en een paar scripts weghalen, en dan zit je nog steeds op twee tot drie seconden omdat de fundering zelf het gewicht is.

In dat geval is doorgaan met optimaliseren duurder dan opnieuw beginnen, en dan zeg ik dat ook. Een eerlijke meting vooraf laat zien welke van de twee het is — dat is precies wat een doorlichting oplevert.

Zelf doen

Wat je vandaag zelf kunt afwerken

Vink af wat je hebt gedaan. Er wordt niets bewaard — bij een volgend bezoek staat de lijst weer leeg. Dat is een keuze: iets opslaan in je browser om een vinkje te onthouden staat slecht op een site die uitlegt waarom je zo weinig mogelijk van je bezoekers wilt weten.

0 / 6

Of je laat het doen

Digitale doorlichting van je website en processen

Wil je weten wat er op jouw site het zwaarst weegt en of opknappen of opnieuw bouwen goedkoper is, dan is dat wat een doorlichting oplevert.

vanaf € 450 · doorlooptijd 1 week · vaste prijs vooraf

Vragen

Wat mensen hier nog over vragen

Staat je vraag er niet bij? Mail me, dan schrijf ik hem erbij. Binnen één werkdag antwoord. Meestal dezelfde dag.

Google's norm is dat het grootste element binnen 2,5 seconde staat, gemeten bij echte bezoekers. In de praktijk streef ik naar onder de seconde, omdat dat het verschil is tussen een site die staat en een site waar je op wacht. Boven de drie seconden verlies je een aanzienlijk deel van je mobiele bezoekers voordat ze iets gezien hebben.

Zelden. Op de sites die ik onderzoek zit het gewicht bijna altijd in de pagina zelf: te zware foto's, lettertypen van een ander domein en scripts van derden. Een duurder hostingpakket lost dat niet op — je stuurt dezelfde vier megabyte, alleen iets eerder.

Drie cijfers waarmee Google de ervaring van echte bezoekers meet: LCP (staat het grootste element binnen 2,5 seconde), INP (reageert de pagina binnen 200 milliseconden op een tik) en CLS (springt de inhoud niet meer dan 0,1 tijdens het laden). Ze worden gemeten in Chrome over de laatste 28 dagen; je haalt de norm als 75% van de bezoeken eronder blijft.

Het is een van de factoren, maar niet de belangrijkste. Het werkt vooral als scheidsrechter tussen pagina's die inhoudelijk gelijkwaardig zijn. Het grotere effect is direct: mensen die niet wegklikken, lezen wat je te bieden hebt.

Volgende stap

Zullen we eens kijken waar bij jou de uren weglekken?

Een gesprek van drie kwartier, bij jou op locatie. Je krijgt sowieso een lijstje mee met wat ik zou aanpakken — of je nu met mij verder gaat of niet.

Binnen één werkdag antwoord. Meestal dezelfde dag. · Je spreekt Kaz, niet een callcenter.